Zo help je een onzeker kind
Zelfvertrouwen is geen eigenschap die een kind wel of niet heeft. Het is iets dat groeit. Langzaam, in kleine momenten en door de ervaringen die een kind opdoet.
Misschien herken je het bij je eigen kind. Je kind durft iets niet, trekt zich snel terug, zegt: “Ik kan dit toch niet” of geeft al op voordat het echt begonnen is.
Als ouder kan dat lastig zijn om te zien. Je wilt niets liever dan dat je kind meer in zichzelf gelooft. Maar hoe help je een onzeker kind om meer zelfvertrouwen te krijgen?
Zelfvertrouwen groeit niet doordat je kind altijd hoort hoe goed het is. Het groeit wanneer een kind ervaart dat het moeilijke dingen kan proberen, fouten mag maken en gezien wordt zoals het is.
Wat is zelfvertrouwen bij kinderen?
Zelfvertrouwen gaat verder dan weten dat je ergens goed in bent. Een kind kan bijvoorbeeld heel goed zijn in rekenen, voetbal of tekenen en toch onzeker zijn.
Weten dat je ergens goed in bent, noemen we ook wel zelfverzekerdheid. Dat vertrouwen kan kwetsbaar worden wanneer het vooral afhankelijk is van prestaties.
Zelfvertrouwen heeft een diepere laag. Het gaat ook over het gevoel:
- Ik ben oké, ook als ik iets nog niet kan.
- Ik mag fouten maken.
- Ik kan moeilijke dingen proberen.
Een kind dat dit vertrouwen ontwikkelt, hoeft niet zeker te weten dat iets gaat lukken voordat het begint. Het durft juist te proberen, omdat een fout niet meteen betekent dat het gefaald heeft als persoon.
Zelfvertrouwen bij kinderen groeit door ervaring
Als ouder willen we een kind soms graag beschermen tegen teleurstelling. We helpen snel wanneer iets moeilijk is of proberen te voorkomen dat een kind faalt.
Dat is begrijpelijk. Toch leert een kind juist veel door zelf ervaringen op te doen.
Elke keer dat een kind iets probeert, merkt dat het moeilijk is en toch verdergaat, gebeurt er iets belangrijks. Het kind leert niet alleen: “Ik kan dit.”
Maar ook: “Ik kan omgaan met dingen die moeilijk zijn.”
Dat is een belangrijke basis voor zelfvertrouwen en veerkracht.
Het brein van een kind leert door ervaring en herhaling. Zelfvertrouwen groeit daarom niet in één gesprek of door één compliment. Het groeit in de vele kleine momenten waarop een kind iets probeert, oefent, fouten maakt en ontdekt dat het daarna weer verder kan.
Complimenten alleen maken een kind niet zelfverzekerd
Natuurlijk is het fijn om positieve dingen tegen je kind te zeggen. Maar alleen vertellen hoe slim, knap of goed je kind is, zorgt niet automatisch voor meer zelfvertrouwen.
Sterker nog: wanneer zelfvertrouwen vooral afhankelijk wordt van bevestiging van anderen, kan een kind juist onzeker worden wanneer die bevestiging uitblijft.
Daarom kan het helpend zijn om niet alleen het resultaat te benoemen, maar ook aandacht te geven aan het proces.
Bijvoorbeeld:
In plaats van: “Wat ben jij goed!”
Kun je zeggen: “Ik zag dat je bleef oefenen, ook toen je het lastig vond.”
In plaats van: “Je bent zo slim!”
Kun je zeggen: “Je hebt echt goed nagedacht over hoe je dit kon oplossen.”
Zo leert een kind dat niet alleen het eindresultaat telt. Inzet, oefenen en doorgaan is net zo belangrijk.
Gezien worden helpt een kind vertrouwen op zichzelf
Zelfvertrouwen heeft een diepere laag dan “weten dat je ergens goed in bent.” Dat is eerder zelfverzekerdheid en dat is kwetsbaar, want het staat of valt met prestaties.
De echte basis is iets anders: het gevoel van “ik ben oké, ook als ik iets niet kan.” Dat noemen psychologen ook wel basisveiligheid of onvoorwaardelijke acceptatie. Een kind dat dat voelt, durft dingen te proberen. Juist dan voelt falen niet als een bedreiging voor wie het is.
Concreet zie je dat in kleine dingen. Als een kind valt en jij reageert met “kom maar, dat overkomt iedereen” in plaats van paniek of bagatelliseren, leert het: mijn gevoel mag er zijn en ik kom hier doorheen. Als een kind een slecht cijfer haalt en jij vraagt “hoe vind jij het zelf?” in plaats van direct te corrigeren, leert het: mijn eigen beleving telt. Als een kind boos is en jij blijft rustig aanwezig, leert het: ik word niet weggeduwd als het moeilijk wordt.
Al die momenten samen zeggen eigenlijk hetzelfde tegen een kind: jij mag er zijn, ook als je niet perfect bent. En een kind dat dat gelooft, durft meer. Niet omdat het weet dat het zal slagen, maar omdat het weet dat het kan omgaan met tegenslagen.
Hoe kun je het zelfvertrouwen van je kind vergroten?
Je kunt zelfvertrouwen niet in één keer geven aan je kind. Wel kun je als ouder helpen om situaties te creëren waarin je kind vertrouwen in zichzelf kan opbouwen.
1. Laat ruimte voor moeite
Neem het niet meteen over wanneer iets moeilijk gaat.J e kunt bijvoorbeeld zeggen:
“Ik zie dat je dit lastig vindt.”
“Wat zou je kunnen proberen?”
“Wil je het nog een keer proberen?”
Daarmee zeg je niet dat je kind het alleen moet oplossen. Je laat wel merken dat moeite doen normaal is en niet betekent dat je hebt gefaald.
Soms heeft een kind hulp nodig. De kunst zit erin om te helpen zonder alles over te nemen.
2. Benoem de inspanning, niet alleen het resultaat
Natuurlijk mag je blij zijn wanneer iets lukt. Maar probeer ook te benoemen wat je kind onderweg heeft gedaan. Bijvoorbeeld:
“Je bleef oefenen.”
“Je gaf niet meteen op.”
“Je hebt verschillende dingen geprobeerd.”
Zo leert een kind dat succes niet alleen draait om ergens direct goed in zijn.
3. Leer je kind dat fouten maken erbij hoort
Kinderen die bang zijn om fouten te maken, kunnen dingen gaan vermijden. Ze durven niet te beginnen omdat ze bang zijn dat het niet lukt.
Juist daarom is het belangrijk dat fouten een normale plek krijgen. Je kunt vertellen over een fout die je zelf maakte. Of hardop laten zien dat iets jou ook niet meteen lukt.
Bijvoorbeeld:
“Oeps, dat ging niet zoals ik wilde. Ik probeer het opnieuw.”
Zo laat je zien dat fouten geen bewijs zijn dat je tekortschiet. Ze horen bij leren.
4. Geef je kind verantwoordelijkheid
Zelfvertrouwen groeit ook wanneer een kind merkt: Mijn keuzes en bijdrage doen ertoe.
Dat kan in kleine dingen zitten. Een taakje thuis, zelf een keuze mogen maken, een eigen mening hebben of verantwoordelijkheid krijgen die past bij de leeftijd van je kind.
Niet alles hoeft door een volwassene bepaald of opgelost te worden.
Je hoeft je kind niet voor elke teleurstelling te beschermen
Als ouder is het soms moeilijk om je kind te zien worstelen. Je wilt helpen. Het makkelijker maken. Voorkomen dat je kind verdrietig of teleurgesteld wordt.
Maar teleurstellingen en moeilijke momenten horen bij het leven.
Een kind hoeft niet beschermd te worden tegen elke fout om zelfvertrouwen te ontwikkelen. Juist wanneer het ervaart dat iets tegenzit en daarna ontdekt dat het weer verder kan, groeit het vertrouwen in zichzelf.
Dat betekent natuurlijk niet dat je je kind aan zijn lot moet overlaten. Je kunt er zijn. Je kunt luisteren. Je kunt helpen wanneer dat nodig is.
Maar je hoeft niet ieder probleem voor je kind op te lossen.
Zelfvertrouwen groeit in kleine momenten
Zelfvertrouwen bouw je niet op met één gesprek of de perfecte woorden op het perfecte moment.
Het groeit in de vele kleine ervaringen waarin een kind merkt:
- Ik mag fouten maken.
- Ik hoef niet alles meteen te kunnen.
- Ik kan moeilijke dingen proberen.
- Ik word gezien, ook als het niet lukt.
Als ouder hoef je het niet perfect te doen.
Aanwezig zijn. Je kind serieus nemen. Ruimte geven om te oefenen. En blijven geloven in je kind, ook wanneer je kind dat zelf even niet doet. Dat zijn misschien wel de belangrijkste bouwstenen voor zelfvertrouwen.
Wil je je kind helpen oefenen met zelfvertrouwen?
In het doeboek Sterk van binnen leren kinderen op een speelse en praktische manier meer over zichzelf, hun gedachten en gevoelens.
Door middel van opdrachten en oefeningen ontdekken kinderen onder andere:
-
waar ze goed in zijn;
-
wat ze belangrijk vinden;
-
hoe ze omgaan met moeilijke gedachten;
-
dat fouten maken bij leren hoort;
Zo wordt zelfvertrouwen niet alleen iets waar je over praat, maar iets wat een kind stap voor stap kan ontwikkelen.
Want zelfvertrouwen groeit niet doordat je nooit twijfelt. Het groeit doordat je leert dat je ook met twijfel verder kunt.