Boze kinderen bestaan niet. Wel bestaan er kinderen die soms nog moeten leren omgaan met grote emoties.
Boosheid kan kinderen volledig overspoelen. Op zo'n moment voelen ze van alles, terwijl ze nog niet altijd weten hoe ze die gevoelens kunnen herkennen, begrijpen of reguleren.
Als ouder kan het intens zijn wanneer je kind vaak boos is. Denk aan driftbuien, schreeuwen, slaan, huilen of zich helemaal afsluiten. Dat is niet alleen lastig voor je kind, maar kan jou als ouder ook uitputten of onzeker maken.
Misschien vraag je je weleens af:
Doe ik iets verkeerd?
Ben ik te streng?
Of ben ik juist te zacht?
Het is belangrijk om te weten dat boos gedrag niet altijd betekent dat een kind niet wil luisteren. Soms is een kind op dat moment vooral nog niet in staat om anders te reageren. De emoties zijn te groot en het lukt nog niet om zichzelf te reguleren.
Boosheid bij kinderen is een signaal
Boosheid is een normale emotie. Net als verdriet, angst en blijdschap vertelt boosheid ons iets.
Een boos kind kan met zijn gedrag bijvoorbeeld laten zien:
-
Dit is te veel voor mij.
-
Ik voel me niet begrepen.
-
Dit lukt me niet.
-
Ik ben teleurgesteld.
-
Ik heb hulp nodig.
Natuurlijk is niet iedere boze reactie hetzelfde. Soms is een kind moe, overprikkeld of gefrustreerd. Soms is er een duidelijke aanleiding en soms lijkt de boosheid uit het niets te komen. Daarom kan het helpen om niet alleen te kijken naar het gedrag, maar ook nieuwsgierig te zijn naar wat eronder zit.
Waarom kan een kind zijn boosheid nog niet goed reguleren?
Het brein van een kind is volop in ontwikkeling. Vaardigheden zoals impulscontrole, vooruitdenken en het reguleren van emoties ontwikkelen zich stap voor stap.
Dat betekent dat een kind soms een sterke emotie kan voelen zonder al te weten wat het daarmee moet doen.
Wanneer boosheid groot wordt, kan een kind bijvoorbeeld gaan schreeuwen, slaan, dingen gooien of zich juist terugtrekken. Dat gedrag betekent niet dat alles zomaar mag. Wel is het belangrijk om te beseffen dat een kind juist op zo'n moment vaak nog begeleiding nodig heeft om andere manieren te leren.
Dit wordt ook wel emotieregulatie genoemd: leren herkennen wat je voelt en ontdekken hoe je met die emoties kunt omgaan. Dat is een vaardigheid die tijd, oefening en begeleiding vraagt.
Wat helpt als je kind boos is?
Wanneer een kind heel boos is, staat het lichaam vaak in een staat van stress. Op zo'n moment is er meestal weinig ruimte voor lange uitleg, redeneren of een uitgebreide discussie.
Eerst weer tot rust komen is vaak belangrijker.
1. Blijf zelf zo rustig mogelijk
Dit is makkelijker gezegd dan gedaan. Zeker wanneer je kind schreeuwt, slaat of al voor de derde keer die dag een driftbui heeft.
Toch kan jouw rust je kind helpen. Je hoeft niet perfect kalm te blijven, maar probeer zelf eerst even te vertragen voordat je reageert.
Een rustige stem, minder woorden en nabijheid kunnen helpen om weer veiligheid te creëren.
2. Benoem wat je ziet
Probeer woorden te geven aan wat er gebeurt, zonder oordeel.
Bijvoorbeeld:
“Je bent heel boos.”
“Ik zie dat dit je echt raakt.”
“Dit is nu te veel voor je.”
- Je hoeft het gedrag daarmee niet goed te keuren. Je laat alleen merken dat je ziet wat er gebeurt. Dat kan een kind helpen om gevoelens beter te leren herkennen en benoemen.
3. Begrens zonder af te wijzen
Alle gevoelens mogen er zijn. Maar niet al het gedrag is toegestaan.
Je kunt bijvoorbeeld zeggen: “Ik zie dat je heel boos bent. Slaan mag niet. Ik laat niet toe dat je mij pijn doet.”
Of: “Je mag boos zijn. Je mag niet met spullen gooien.”
Zo geef je tegelijkertijd twee belangrijke boodschappen:
- Je gevoel mag er zijn.
- Je moet wel leren hoe je met dat gevoel omgaat.
Je wijst het gedrag af, niet je kind.
Wat kun je doen nadat de boosheid is gezakt?
De grootste ruimte om te leren ontstaat vaak na een boos moment.
Wanneer je kind weer rustig is, kun je samen terugkijken. Niet om uitgebreid te vertellen wat er allemaal fout ging, maar om nieuwsgierig te onderzoeken wat er gebeurde.
Je kunt bijvoorbeeld vragen:
“Weet je nog wat er gebeurde voordat je zo boos werd?”
“Wat voelde je toen?”
“Wat had je nodig?”
“Wat zou de volgende keer kunnen helpen?”
Misschien ontdek je dat je kind vaak boos wordt wanneer het moe is, iets moeilijk vindt of wanneer plannen onverwacht veranderen. Maar het kan ook per situatie verschillen.
Door samen patronen te ontdekken, leer je je kind zichzelf steeds beter begrijpen.
Leer je kind wat het kan doen als het boos is
Een kind heeft er weinig aan om alleen te horen wat het niet mag doen. Het moet ook leren wat het wel kan doen wanneer de boosheid groot wordt.
Je kunt samen verschillende manieren uitproberen, zoals:
-
even rustig tot tien tellen;
-
een rondje rennen of bewegen;
-
hard in een kussen knijpen;
-
rustig ademhalen;
-
naar een rustige plek gaan;
-
tekenen wat je voelt;
-
hulp vragen.
Niet iedere manier werkt voor ieder kind. Daarom is het juist waardevol om samen te ontdekken wat helpt.
Probeer dit vooral ook te oefenen wanneer je kind rustig is. Op het moment dat de boosheid groot is, is het moeilijker om iets nieuws te bedenken.
Door op rustige momenten te oefenen, heeft je kind steeds meer manieren om op terug te vallen wanneer het wél boos wordt.
Een boos kind vraagt ook iets van jou als ouder
De boosheid van je kind kan ook veel met jou doen.
Misschien merk je dat je eigen geduld opraakt. Misschien raak je zelf boos, voel je je machteloos of twijfel je aan jezelf als ouder. Dat is begrijpelijk.
Juist daarom is het ook voor jou belangrijk om te blijven kijken: wat gebeurt er bij mij?
Je hoeft niet altijd perfect te reageren om een veilige ouder te zijn. Soms lukt het niet om rustig te blijven. Soms zeg je iets waar je later spijt van hebt. Ook dan kun je herstellen. Je kunt bijvoorbeeld later zeggen: “Ik werd net zelf ook erg boos. Dat had ik anders willen doen. Sorry.”
Daarmee leer je je kind iets belangrijks: ook volwassenen maken fouten en kunnen opnieuw verbinding maken.
Een kind leren omgaan met boosheid vraagt tijd en oefening
Boosheid is niet iets wat je simpelweg kunt oplossen of afleren. Het is een normale emotie die erbij hoort.
Wat kinderen wel kunnen leren, is herkennen wanneer ze boos worden, begrijpen wat er gebeurt en ontdekken wat hen helpt om met die boosheid om te gaan.
Dat vraagt tijd, oefening en begeleiding.
Een kind dat vaak boos is, heeft soms vooral behoefte aan duidelijke grenzen. Soms aan rust of voorspelbaarheid. En soms aan extra hulp om gevoelens te leren herkennen en reguleren.
Dat is een belangrijke basis voor emotieregulatie en veerkracht.
Wanneer heeft een kind dat vaak boos is extra hulp nodig?
Boosheid en driftbuien kunnen onderdeel zijn van de ontwikkeling van een kind. Soms is het gedrag echter zo frequent of heftig dat het kind, het gezin of de omgeving er veel last van heeft.
Wanneer je je zorgen maakt over de boosheid van je kind of merkt dat je er samen niet goed uitkomt, kan het helpend zijn om hierover te praten met bijvoorbeeld de huisarts, school of een andere professional.
Je hoeft niet te wachten tot het helemaal vastloopt om hulp of advies te vragen.
Wil je thuis oefenen met omgaan met boosheid?
In het doeboek Sterk van binnen leren kinderen op een speelse en praktische manier meer over emoties, waaronder boosheid.
Door middel van opdrachten en oefeningen ontdekken kinderen:
-
wat boosheid is;
-
hoe boosheid in hun lichaam voelt;
-
wat hen boos kan maken;
-
wat ze nodig hebben;
-
wat hen kan helpen wanneer ze boos zijn.
Zo wordt omgaan met boosheid niet alleen iets waar je over praat, maar een vaardigheid die kinderen stap voor stap kunnen oefenen.
Want boos worden overkomt je. Leren omgaan met boosheid kun je oefenen.