Je kind hoeft het niet alleen te doen: zo bouw je aan een sterk steunnetwerk

Je kind hoeft het niet alleen te doen: zo bouw je aan een sterk steunnetwerk

Je kind hoeft het niet alleen te doen: zo bouw je aan een sterk steunnetwerk

Kinderen groeien niet alleen door wat ze thuis of op school leren. Ook de mensen om hen heen spelen een belangrijke rol in hun ontwikkeling. Familie, vrienden, klasgenoten, leerkrachten, sportcoaches en andere vertrouwde volwassenen kunnen allemaal bijdragen aan het gevoel van veiligheid, zelfvertrouwen en verbondenheid van een kind.

Juist in een tijd waarin kinderen te maken kunnen krijgen met prestatiedruk, onzekerheid, stress of eenzaamheid, is verbinding belangrijk. Een kind hoeft het niet alleen te kunnen. Weten dat er mensen zijn bij wie je terechtkunt, kan een belangrijke bron van steun en veerkracht zijn.

Daarom is een steunnetwerk ook een belangrijk onderdeel van veerkracht. Niet omdat een kind zoveel mogelijk vrienden nodig heeft, maar omdat het verschil kan maken als een kind weet: er is iemand die naar mij luistert en bij wie ik terechtkan.

Veerkracht ontstaat niet alleen van binnenuit

Bij veerkracht denken we vaak aan doorzetten, omgaan met tegenslagen en weer opkrabbelen na iets moeilijks. Maar veerkracht ontstaat niet alleen vanuit het kind zelf. De omgeving speelt daarin ook een belangrijke rol.

Onderzoek laat zien dat sociale verbondenheid een belangrijke beschermende factor is voor het welzijn en de mentale gezondheid van kinderen en jongeren. Een gevoel van verbondenheid op school kan bijvoorbeeld bijdragen aan het welbevinden van kinderen en jongeren. Uit onderzoek naar sociale verbondenheid op school blijkt dat verbondenheid een belangrijke rol speelt in de ontwikkeling van kinderen en jongeren.

Een steunnetwerk kan kinderen helpen bij:

  • omgaan met spanning en tegenslagen;

  • ontwikkelen van zelfvertrouwen;

  • ervaren van veiligheid en verbondenheid;

  • ontwikkelen van sociale vaardigheden;

  • herkennen wanneer ze hulp nodig hebben;

  • leren om hulp te vragen.

En daarvoor hoeft een kind geen groot sociaal netwerk te hebben. Eén vertrouwd persoon kan soms al een groot verschil maken.

Kinderen leren zichzelf kennen door contact met anderen

Relaties geven kinderen niet alleen steun. Ze helpen kinderen ook om zichzelf beter te leren kennen.

In contact met anderen ontdekken kinderen bijvoorbeeld:

  • wat ze voelen;

  • waar hun grenzen liggen;

  • wat ze belangrijk vinden;

  • hoe ze met verschillen omgaan;

  • hoe ze voor zichzelf én voor anderen kunnen zorgen.

Vriendschappen, samen spelen en gesprekken met anderen zijn daarom belangrijk voor de sociaal-emotionele ontwikkeling.

Daarnaast kunnen verschillende mensen verschillende vormen van steun bieden. De ene persoon is misschien goed in luisteren, terwijl een ander juist helpt om samen naar een oplossing te zoeken. Een leerkracht kan veiligheid bieden op school, een vriend(in) kan begrijpen hoe iets voelt en een ouder kan een kind helpen om een moeilijke situatie in perspectief te plaatsen.

Samen vormen deze mensen het netwerk waarop een kind kan terugvallen.

Hoe help je je kind een steunnetwerk op te bouwen?

Als ouder kun je je kind helpen om relaties op te bouwen én om te ervaren dat het normaal is om steun te zoeken.

Dat kan bijvoorbeeld door:

  • ruimte te maken voor vriendschappen en sociale contacten;

  • interesse te tonen in de mensen die belangrijk zijn voor je kind;

  • samen te praten over gevoelens en moeilijke situaties;

  • je kind aan te moedigen om hulp te vragen wanneer iets niet lukt;

  • te benoemen dat hulp vragen juist een vorm van kracht kan zijn;

  • zelf het goede voorbeeld te geven door ook steun te vragen wanneer dat nodig is.

Een veilige thuissituatie is daarbij een belangrijke basis. Wanneer een kind weet: ik mag hier vertellen wat er aan de hand is, ook als het moeilijk is, wordt de stap om hulp te zoeken vaak kleiner.

Niet alles zelf hoeven kunnen

We leren kinderen vaak om zelfstandig te zijn. Zelf je spullen regelen, zelf problemen oplossen en steeds meer verantwoordelijkheid nemen: het hoort allemaal bij opgroeien.

Maar zelfstandig zijn betekent niet dat je alles alleen moet doen.

Juist weten wanneer je iemand nodig hebt en bij wie je terechtkunt, is een belangrijke vaardigheid. Een kind dat durft te zeggen “ik weet het even niet”, “ik vind dit moeilijk” of “kun je me helpen?” hoeft niet minder sterk te zijn. Integendeel.

Een sterk steunnetwerk kan kinderen helpen om moeilijke momenten beter aan te kunnen en met meer vertrouwen de wereld tegemoet te gaan.

Misschien is dat wel één van de belangrijkste dingen die we kinderen kunnen meegeven:

Je hoeft het niet alleen te kunnen. Er zijn mensen die naast je staan.

Oefenen met veerkracht en je steunnetwerk

Het thema hulp vragen en steun zoeken komt ook terug in het doeboek Sterk van binnen. Kinderen van 8 tot 12 jaar worden daarin op een speelse en praktische manier uitgenodigd om na te denken over zichzelf, hun gevoelens en de mensen om hen heen.

Ze ontdekken bijvoorbeeld:

  • wie belangrijk voor hen zijn;
  • bij wie ze terechtkunnen;
  • wanneer het goed is om hulp te vragen;
  • hoe ze voor zichzelf en anderen kunnen zorgen;
  • hoe ze met moeilijke situaties kunnen omgaan.

Zo leren kinderen niet alleen om in zichzelf te vertrouwen, maar ook om te ervaren dat ze het leven niet alleen hoeven te dragen.

Want sterk zijn betekent niet dat je alles zelf moet kunnen. Soms is sterk zijn juist weten wanneer je iemand nodig hebt.