Angst bij kinderen: zo help je een angstig kind omgaan met angst

Angst bij kinderen: zo help je een angstig kind omgaan met angst

Angst is iets wat ieder kind in meer of mindere mate ervaart. Een kind kan bang zijn voor een hond, alleen slapen, een spreekbeurt geven of naar een nieuwe plek gaan. Angst hoort bij het leven en is niet automatisch iets om je zorgen over te maken.

Toch kan het lastig zijn wanneer je kind vaak angstig is. Misschien vermijdt je kind bepaalde situaties, piekert het veel of vraagt het steeds om bevestiging. Als ouder wil je natuurlijk helpen, maar hoe doe je dat?

Angst hoeft niet altijd weg. Kinderen kunnen juist leren begrijpen waar hun angst vandaan komt en hoe ze ermee om kunnen gaan.

Waarom zijn sommige kinderen sneller bang?

Niet ieder kind reageert hetzelfde op een spannende situatie. Het ene kind stapt zonder veel nadenken ergens op af, terwijl een ander kind eerst uitgebreid wil kijken of het wel veilig is.

Dat heeft onder andere te maken met temperament. Sommige kinderen zijn van nature gevoeliger voor prikkels en reageren sterker op nieuwe of spannende situaties.

Maar ook de omgeving speelt een rol bij het ontstaan en versterken van angst. 

Vanuit verschillende theorieën weten we dat angst zich op meerdere manieren kan ontwikkelen, bijvoorbeeld:

  • Sociaal leren: kinderen nemen gedrag over van hun ouders of andere belangrijke volwassenen. Als een ouder bang reageert op honden, kan een kind leren dat honden gevaarlijk zijn.
  • Klassieke conditionering: een kind koppelt een neutrale situatie aan een nare ervaring. Bijvoorbeeld: schrikken van een blaffende hond en daarna bang blijven voor honden. Het brein leert als het ware: Dit was spannend. Misschien moet ik de volgende keer oppassen. Zo kan een angstgevoel gekoppeld raken aan een situatie die daarvoor helemaal niet eng was.
  • Operante conditionering: wanneer een kind een spannende situatie vermijdt en daardoor opluchting voelt, wordt dat vermijdingsgedrag als het ware beloond. Hierdoor kan de angst blijven bestaan of toenemen. Bijvoorbeeld een kind dat bang is voor honden kan bijvoorbeeld de straat oversteken om een hond niet tegen te komen. Daardoor kan de angst in stand blijven of zelfs groter worden. Dit betekent niet dat je een angstig kind zomaar in een spannende situatie moet duwen. Het gaat juist om stap voor stap oefenen, op een manier die past bij het kind.
  • Informatief leren: kinderen kunnen angst ontwikkelen door wat ze horen of zien, bijvoorbeeld via verhalen van anderen, nieuws of sociale media. Zeker oudere kinderen kunnen zich zorgen maken over onderwerpen zoals oorlog, ziekte, natuurrampen of andere grote gebeurtenissen.

Angst bij kinderen verandert met de leeftijd

De dingen waar kinderen bang voor zijn, veranderen naarmate ze ouder worden.

Angst bij jonge kinderen

Jonge kinderen kunnen bijvoorbeeld bang zijn voor:

  • onbekende mensen;
  • dieren;
  • het donker;
  • alleen slapen;
  • afscheid nemen van een ouder;
  • nieuwe of onbekende situaties.

Veel van deze angsten hebben te maken met veiligheid en de behoefte aan een vertrouwde omgeving.

Angst bij kinderen van 8 tot 12 jaar

Bij kinderen tussen de 8 en 12 jaar verschuift de aandacht steeds meer naar de sociale omgeving.

Ze worden zich bewuster van zichzelf en van wat anderen van hen vinden. Angst kan daardoor bijvoorbeeld gaan over:

  • uitgelachen worden;
  • buitengesloten worden;
  • fouten maken;
  • presteren op school;
  • erbij horen;
  • wat anderen van hen denken.

Ook kunnen kinderen op deze leeftijd meer gaan nadenken over grotere onderwerpen, zoals ziekte, oorlog of natuurrampen.

Veel van deze angsten passen bij de normale ontwikkeling van een kind.

Wanneer wordt angst bij een kind een probleem?

Angst heeft een belangrijke functie. Het helpt ons om alert te zijn en kan ons beschermen tegen gevaar.

Een kind hoeft daarom niet helemaal zonder angst door het leven te gaan.

Het wordt vooral belangrijk om extra aandacht te hebben wanneer angst het dagelijks leven van je kind gaat beperken.

Bijvoorbeeld wanneer je kind:

  • situaties structureel gaat vermijden;
  • niet meer naar school wil;
  • slecht slaapt door angst;
  • voortdurend gespannen of onrustig is;
  • niet meer mee wil doen met activiteiten;
  • veel geruststelling nodig heeft;
  • bepaalde situaties helemaal niet meer durft aan te gaan.

In zulke situaties kan extra ondersteuning helpend zijn. Je kunt hierover bijvoorbeeld overleggen met de huisarts, school of een andere professional.

Hoe help je een angstig kind?

Als je kind bang is, is het verleidelijk om meteen te zeggen dat er niets aan de hand is.

“Je hoeft niet bang te zijn.”
“Er gebeurt echt niets.”

Toch kan dat voor een kind voelen alsof het niet mag voelen wat het voelt. Probeer de angst daarom eerst serieus te nemen. Je kunt bijvoorbeeld zeggen:

“Ik zie dat je dit spannend vindt.”
“Je bent bang, hè?”
“Ik blijf bij je.”

Daarna kun je samen kijken wat je kind nodig heeft.

Geef vertrouwen, maar neem de angst niet over

Een kind heeft behoefte aan een veilige basis en aan het vertrouwen dat het zelf met spannende situaties kan leren omgaan.

Je kunt bijvoorbeeld zeggen: “Ik snap dat je dit spannend vindt. We kijken samen wat je kunt proberen.”

Daarmee geef je twee belangrijke boodschappen:

  • Ik zie dat je bang bent.
  • Ik geloof dat je hiermee kunt leren omgaan.

Dat is iets anders dan je kind steeds geruststellen of iedere spannende situatie vermijden.

Help je kind stap voor stap

Wanneer een kind ergens erg bang voor is, helpt het meestal niet om het meteen in het diepe te gooien. Kleine stapjes kunnen veel beter werken.

Stel dat je kind bang is voor honden. Dan hoeft de eerste stap niet te zijn dat je kind een hond aait. Misschien is de eerste stap alleen maar samen op afstand naar een rustige hond kijken. Als dat goed gaat, kan de volgende stap iets dichterbij zijn. Zo leert het kind door ervaring: Ik vond dit spannend, maar ik kon het aan.

Het doel is niet om angst volledig te laten verdwijnen voordat een kind iets durft. Het doel is juist dat een kind ontdekt dat het iets kan doen terwijl het nog een beetje bang is.

Wat kan je kind zelf doen bij angst?

Kinderen kunnen ook leren om hun eigen angst beter te begrijpen.

Je kunt samen vragen:

  • Wat voel ik precies?
  • Wanneer komt de angst?
  • Wat gebeurt er in mijn lichaam?
  • Welke gedachten krijg ik?
  • Wat helpt mij op zo'n moment?
  • Wie kan mij helpen als het moeilijk wordt?

Door hierover te praten, tekenen of oefenen, leert een kind gevoelens steeds beter herkennen. Het kind ontdekt bijvoorbeeld dat angst kan zorgen voor een snelle hartslag, buikpijn, spanning in het lichaam of de behoefte om weg te willen.

Alleen al begrijpen wat er gebeurt, kan ervoor zorgen dat een kind minder bang wordt voor de angst zelf.

Angst leren begrijpen is onderdeel van veerkracht

Het doel is niet dat je kind nooit meer bang is. Angst hoort bij het leven. Ook volwassenen zijn soms bang of onzeker.

Wat kinderen kunnen leren, is herkennen wat angst met hen doet en ontdekken hoe ze ermee om kunnen gaan.

Dat vertrouwen is een belangrijke basis voor veerkracht.

Oefenen met angst in Sterk van binnen

In het doeboek Sterk van binnen leren kinderen op een speelse en praktische manier meer over angst en andere emoties.

Ze ontdekken:

  • wat angst eigenlijk is;
  • hoe angst in hun lichaam kan voelen;
  • wanneer en waardoor ze bang kunnen worden;
  • wat hen kan helpen in spannende situaties;
  • bij wie ze terechtkunnen wanneer iets moeilijk is.

Zo wordt angst niet iets wat een kind moet wegduwen of waar het zich voor hoeft te schamen. Het wordt iets wat je kunt leren herkennen, begrijpen en hanteren.

Want angst is niet de vijand. Het is een signaal dat je iets probeert te vertellen.